Wat er op de camping van WTTV gebeurt: dag 1

campingStrakke beelden en goeie verhalen van het festival zelf worden massaal geschoten en getikt. Maar wat gebeurt er eigenlijk op de camping van Welcome to the Village? 

Het is vier uur ’s middags als we vrijdag het terrein op lopen. Onze spullen staan allang uitgestald bij het depot, maar wij hebben net een tocht van 20 minuten gemaakt naar de camping, en strompelen nu al. Dat stuk lijkt een beetje op een droom die ik wel eens heb. Elke keer denk ik dat ik er bijna ben, maar dan komt er weer een bocht met een lang stuk weg. Die brug bij het begin van de camping schuiven ze volgens mij stiekem elke keer 500 meter op.

Op de camping is het feest al dik aan. Een grote stereotoren bij het begin dreunt over het terrein. Het tweede veld verwelkomt je met een modderig nat pad. Lekker banjeren, modder die tot achter je oren plakt. Fuck it, zometeen moet ik dat tweepersoons luchtbed toch oppompen. Zweet tot in mijn bilnaad dan, veegt al die modder zo er af.

Als de tent staat, de lampionnetjes zijn opgehangen en de bellenblaas me om de oren vliegt, kijk ik even een minuutje rond. Twee terreinen vol met tentjes. Van compleet afgeragd na te veel festivals, tot minitentjes waar zelfs Roel van Velzen nog zou klagen over de beenruimte, tot Tipi’s en complete boomhutten. Ja. Dit kleine dorpje is thuis voor drie dagen.

De snelste route naar de camping 

De meeste mensen vertrekken rond een uur of vijf richting het festivalterrein. Vlak voor het bruggetje bij de ingang blijven we hangen op de grote vraag: “Wat is korter? Links of rechts?” Met een groepje onbekenden met hetzelfde dilemma bespreken we de strategie. “Links is sowieso korter! Scheelt echt stukken!” “Ja weet je dat zeker?” Zegt een ander tegen hem. Waar komen we dan ooit uit?” “Ja, geen idee, maar het is sowieso korter!”

De jongen is vastberaden, de rest twijfelt. “Maar komen we dan ook bij dat stukje met de fietsen uit, vlak voor de eerste ingang naar de camping?” “Ja. Volgens mij wel.” Klinkt het iets minder zeker. We gaan voor links. De jongens zingen/rappen iets met z’n allen achter ons.

We nemen een tweede brug, die zo’n 500 meter verderop ook naar rechts gaat, het water over. Langs de stiltecamping. En ja, het is een stuk korter. Maar het is wel de stiltecamping, dus ssshhtt..

Oh ennuh.. Die jongens? Die hebben we nooit meer gezien daarna. Ik weet niet of dat is omdat ze nog een snellere route hebben gekozen, of omdat ze nu nog steeds op zoek zijn naar het festivalterrein.

‘S nachts strompelen we met een aardig laagje bier de camping weer op. Het is half drie, en op een paar tentjes na is de camping in complete rust. Geen idee waar iedereen is, of iedereen nog aan het feesten op het festivalterrein. Maar mijn benen namen, na een hele dag festivalstrompelen en heen en weer naar de camping, om half drie gewoon uit zichzelf de rest van mijn lichaam mee naar de camping.

De volgende ochtend word ik wakker. Ik kijk naar m’n vriend die naast me ligt en mijn handdoek gebruikt heeft als kussen, waardoor zijn wang nu veel weg heeft van het achterwerk van mijn oma. Maar dat hoort er bij. Ik sta op (en dat klinkt alsof het heel soepel ging. Maar nee. Gewoon nee.) en loop het terrein over.

Vrienden kwijt en vrienden vinden 

Bij het eerste veldje staat een grote partytent waar ik zo’n vier mensen druk bezig zie met tape, een boxer, een roze panty, schoenen en shirt. “Wat zijn jullie aan het doen?” “Ja, we zijn een van onze vrienden vannacht ergens kwijtgeraakt. Nu tapen we zijn kleren aan elkaar. Is hij er toch een beetje bij.” De mensen gaan druk door met tapen. De kleding hangt als een pop aan de partytent.

Na zo’n drie kwartier in de rij staan bij de douches, is het enige wat er nog uit komt koud water. Hoort er bij. Letterlijk heel fris strompel ik weer naar de tent. De buurmannen met een grote partytent roepen: ‘He buurvrouw. Biertje?” Ik twijfel even. Nog niet ontbeten.

Een minuut later zit ik met halve liter Pitt-bier met lippenstift op de camping met een groepje wildvreemden terwijl punkmuziek uit de speaker klinkt. Laat dag 2 maar beginnen.

Ga het gesprek aan ( comments)