Feest! Kunstenaarscollectief Heksenhamer bestaat vijf jaar

Heu, Heksenhamer is vijf jaar. Dus komt er een partijtje in Asteriks. Maar wat leer je nou van vijf jaar kunstenaarscollectief zijn? We probeerden erachter te komen.

Heksenhamer is vijf jaar geleden opgericht door Emiel, Hilbrandt, Douwe en Adriaan. De vier kunstenaars zien het collectief als een paraplu waaronder ze allerlei activiteiten kunnen ontplooien. Muziek, tekeningen, theater, ze draaien hun hand er niet voor om. Soms samen, maar niet altijd.

Als we de vier mannen van Heksenhamer bezoeken om eens een helder licht te schijnen op hun vijfjarig bestaan, hebben we best wel in ons hoofd hoe het eindresultaat er ongeveer uit moet komen te zien. Anderhalf uur later zijn we heel wat wijzer, maar is er van die plannen heel weinig terecht gekomen.

Vragen worden nooit door één iemand beantwoord, wat er toe leidt dat er met geen mogelijkheid is te vertellen wie wat nou zei. Als er straks dus staat ‘zei Douwe,’ kan het net zo goed zijn dat het eigenlijk Adriaan was die het zei.

Dat begint al binnen vijf minuten, wanneer we vertellen dat we het interview net even wat anders aan willen pakken. We zijn namelijk niet van plan diezelfde routineuze vragen stellen die elke interviewer stelt. Waar de naam Heksenhamer vandaan komt, bijvoorbeeld. Dat kun je overal wel vinden.

‘Eigenlijk heeft niemand ooit die vraag gesteld,’ zegt Douwe.

‘Nee,’ zegt ook Hilbrandt, ‘die vraag krijgen we dus nooit.’

‘Nou ja,’ zegt Adriaan, ‘in ieder geval niet de laatste tijd.’

Dit is dus waar je als interviewer van Heksenhamer mee te maken hebt. Is ook wel logisch, Douwe, Hilbrandt, Adriaan en Emiel trekken al vijf jaar intensief met elkaar op. Dan is het makkelijk om elkaar aan te vullen, moet je rekenen. We proberen het manhaftig!

Oké dan, waar komt de naam Heksenhamer vandaan?

‘Heksenhamer is een boek uit de veertiende eeuw,’ zegt Douwe, ‘over heksenvervolging. Dat hebben we een keer aan Hilbrandt gegeven voor z’n verjaardag. Die heeft het verder nog nooit open geslagen.

Ze beginnen weer door elkaar te praten, wat chaotischer lijkt dan dat het is. Hoewel iedereen aan het woord is, klinkt er een vrij coherent verhaal. ‘Volgens mij kwam jij met de naam,’ wijst Emiel naar Douwe. ‘Ja, dat kan wel. Het allitereert ook lekker, wat natuurlijk altijd een succes is.’

‘Popartiesten,’ zegt Douwe daarbij, ‘zijn de heksen van onze tijd. We maken dingen tastbaar die er eerst niet waren. Eigenlijk waren sjamanen de eerste artiesten.’

Het gaat nog even door over rituelen, kerken en andere occulte zaken. Hilbrandt over de acts die onder Heksenhamer vallen, ‘Absurdisme is een kleur die we leuk vinden om te gebruiken, maar het is het bovennatuurlijke wat ons met elkaar verbind.’

Dat vindt Adriaan ook. ‘We willen wel een existentialistische boodschap brengen, contact met het publiek hebben.’ ‘En de kosmos,’ voegt Douwe toe. ‘Als je connectie hebt met je kundalini, heb je wat te vertellen.’

De andere jongens kijken hem even aan. ‘Het moet hier vandaan komen,’ verduidelijkt Douwe, ‘uit je bekken.’ Iedereen stemt in. ‘Als een vertrekpunt, zeg maar.’ ‘Ja, een anker uit jezelf.’

‘Elke artiest heeft een geheim,’ zegt Emiel tussendoor. ‘Bob Dylan zag dat meteen bij iemand.’

Het is vrijwel onmogelijk om met Heksenhamer een gestructureerd interview te voeren, al doen we echt heel erg ons best. Dus gaan we door naar de volgende vraag.

Hebben jullie nog tips voor mensen die zelf ook een kunstenaarscollectief willen starten?

‘Visie en creërend vermogen,’ zeggen ze bijna in koor. ‘Dat leer je op de Academie van Popcultuur,’ zegt Emiel. ‘Altijd eerlijk zijn is het belangrijkste,’ vindt Hilbrandt.

‘Je moet goed weten wat je van elkaar verwacht. ‘En je moet ook lief voor elkaar zijn,’ zegt Emiel. Dat klinkt alsof er hier ergens een wijze les is geleerd.

Heksenhamer in therapie

Het collectief heeft inderdaad een periode gehad waarin het niet zo denderend ging. ‘Toen we elkaar tegenkwamen, een jaar of vijf geleden, was het meteen fantastisch,’ zegt Douwe.

‘Jeetje, dachten we allemaal, deze gasten denken inhoudelijk precies hetzelfde als ik. Dit wordt geweldig! Maar je komt er al vrij snel achter dat helemaal niet zo is. Je hebt allemaal een andere verwachting van wat er moet gebeuren.’

‘Met vier mannen zo dicht op elkaar,’ zegt Adriaan, ‘zoveel masculiene energie, dan lopen de spanningen enorm op. Je zet jezelf en elkaar steeds onder druk, zonder dat er de ruimte is om een keer te zeggen dat iets niet lukt.’

Het werd al met al steeds moeilijker om samen te werken. ‘Terwijl we wél zeker wisten dat we met elkaar door wilden,’ zegt Hilbrandt. ‘Toen hebben we hulp ingeroepen van een coach en zijn we in groepstherapie gegaan.’

‘Er zijn mensen wiens werk dat is,’ zegt Hilbrandt, ‘die hebben ervoor geleerd om andere mensen verder te brengen. Dus waarom zou je daar geen gebruik van maken?’

De sessies hielpen om elkaars verwachtingen duidelijk te krijgen. ‘In het begin waren we altijd samen,’ verduidelijkt Hilbrandt, ‘Dat was leuk, maar je wordt echt helemaal gek van elkaar. Terwijl als Willie Darktrousers eens een andere drummer gebruikt, het nog steeds een onderdeel van Heksenhamer is.’

‘Je moet toch leren om duurzaam met elkaar om te gaan,’ zegt Adriaan.

Hebben jullie ook ergens spijt van, of blunders gemaakt?

Het is even stil, de kunstenaars kijken elkaar aan. ‘We hadden misschien meer risico moeten nemen,’ zegt Emiel. Het startsein voor weer een mengeling van woorden en meningen, waar nog wel aardig wat touwen aan vast te knopen zijn. De een is het er minder mee eens dan de ander. ‘Misschien ook wel niet,’ zegt Emiel.

Rust in HET VATICAAN

Heksenhamer vijf jaar

Tuurlijk juh. Elastiek om dien harses.

‘Met HET VATICAAN namen we juist alleen maar risico,’ zegt Douwe. ‘Iedereen houdt zich aan de regels, zelfs in de cultuur,’ zegt Hilbrandt, ‘en met HET VATICAAN deden we alles anders.’

Roepen dat Jan ten Boom hun boeker was, bijvoorbeeld. Zelf wist de man er niks van af. ‘Dan zaten we in de auto omweg naar een optreden en dan belden we hem op,’ zegt Adriaan.

‘“Hey Jan,” zeiden we dan, “we snappen dat je het druk hebt met Douwe Bob en zo, maar het wordt toch echt een keer tijd dat je ook een keer naar een optreden van ons komt kijken.’”

‘Het ging zover dat we na elk optreden tien procent van ons gage in een ongefrankeerde envelop naar zijn huis stuurden,’ vertelt Adriaan. ‘Na een paar keer keer belde hij ons op dat het nu echt moest stoppen.’

Of die keer dat ze in Iduna ongevraagd het voorprogramma van De Kast wilden verzorgen. ‘Dat was wel intens,’ zegt Douwe, ‘niemand wist er van af en we begonnen gewoon onze versterkers op het podium te tillen.’

‘Dat lukte dus niet zo goed, mensen werden ook echt wel boos en toen we terug naar huis reden bedacht ik me wel even dat dit op zich nog maar net goed ging.’

‘Op deze manier regels doorbreken was voor ons allemaal wel een bevrijding,’ zegt Hilbrandt. ‘Alles kon opeens. Het is een tool waarmee je de boel op scherp zet.’

Waarom bestaat HET VATICAAN nu dan niet meer?

‘Nou ja,’ zegt Emiel, ‘je hebt gewoon niet altijd een voorhamer nodig.’

‘Het is niet zo dat HET VATICAN niet meer bestaat,’ zegt Douwe, ‘het slaapt gewoon even.’

‘HET VATICAAN wordt vanzelf weer een keertje wakker,’ besluit Hilbrandt.

We hadden het trouwens over blunders, waren die er nog?

‘Niet echt blunders,’ zegt Douwe na een poosje nadenken. ‘Als kunstenaars onderzoeken we de hele tijd wat er aan de hand is. Als dat niet goed gaat, is dat deel van het onderzoek.’

‘Het gebeurt wel eens dat er tijdens een optreden van Sytse Sneekweek een kroegbaas naar me toekomt,’ zegt Adriaan, wiens in luipaardpak gehulde alter-ego graag over geweld in Sneek zingt, ‘dat ik na drie liedjes maar moet stoppen, omdat ik de kroeg leeg speel. Maar dat hoort er dan toch ook weer bij,’

Klap op dien ogen, klap op dien bek

Systse sneekweek heksenhamer

Sytse Sneekweek wordt wel vaker verkeerd begrepen. ‘Samen met Douwe hadden we een show bij een voetbalclub. Die bestonden zoveel jaar en na een paar biertjes kleedden we ons om en gingen we optreden. Toen ze ons zo zagen, ik in mijn pak en Douwe in zijn glitterbroek, werd de sfeer wel wat grimmig.’

‘Dat is waar ook ja,’ zegt Douwe. ‘Ze vroegen of we een stel waren en riepen naar ons dat we homo waren. En dat terwijl tijdens het optreden steeds meer van die gasten zelf in hun blote reet stonden. Heel raar.’

‘Na een paar nummertjes zijn we er maar mee opgehouden,’ zegt Adriaan. Wie nu denkt dat ze toen snel in de auto moesten springen om een lynchpartij te voorkomen, heeft het mis. ‘Als het pakje uit is herkennen ze je niet eens meer,’ zegt Adriaan. ‘Er was niks meer aan de hand.’

Wat is nou de grootste les van vijf jaar Heksenhamer?

Heel even wordt er weer nagedacht. ‘Wat we doen is constant aan verandering onderhevig,’ zegt Emiel, ‘Je moet leren om een kunstenaar te zijn. Wat dat dan precies inhoud, is altijd weer een verassing.’

Dan gaat het, zoals echt de hele tijd in het gesprek, toch weer ergens anders over. Wat er is veranderd in die vijf jaar en wat dat betekent voor de toekomst.

Nu en de toekomst

HEKSENHAMER op de bank.

‘De kwaliteit is omhoog gegaan,’ zegt Hilbrandt. Onze stijl is altijd wel wat DIY geweest en de laatste jaren wordt de output daarvan gewoon beter. Als ik nu een track hoor van Emiel en ik leg die naast een opname van een groot platenlabel, dan weet ik dat die van Emiel minstens net zo goed is. Het is eigen en blijft overeind staan.’

‘We hebben het steeds beter in de gaten hoe we wat in ons hoofd zit uit kunnen werken,’ vult Douwe aan, ‘er komt nu altijd wat uit dat kwaliteit heeft. Dat heeft ook met vertrouwen te maken.’

‘Er is nu echt een fundament,’ vindt Hilbrandt, ‘we hebben samen shit doorgewerkt en dat gebruik je.’

Dat fundament zorgt ervoor dat Heksenhamer nu eens verder kan kijken. ‘Het onderzoek dat we als kunstenaars doen was eerst alleen maar naar binnen gericht,’ zegt Hilbrandt, ‘naar onszelf. Nu kunnen we ook eens naar buiten kijken en andere samenwerkingen aangaan.’

Die volwassenheid leidt ertoe dat Hilbrandt zelf een platenlabel gaat zoeken om zijn muziek op uit te brengen. ‘Het liefst als een samenwerking met Heksenhamer.’

De plaat van Emiel, of Willie Darktrousers zo u wilt, komt binnenkort uit op vinyl in België. Douwe Dijkstra en de Sneue Vertoning gaan kijken of hun necrol-pop ook in Duitsland aanslaat. ‘Ze beleven daar de dood toch wat anders dan hier, dus we moeten even kijken hoe dat gaat.’

De acts gaan dus over de grenzen. ‘Je wordt langzamerhand wel wat bekender,’ zegt Hilbrandt. ‘Ja, die shit kost tijd,’ stemt Douwe in. ‘Maar goed, vijf jaar geleden stonden we in Asteriks in het voorprogramma en nu maken we zelf de avond.’

Ja, is Asteriks een dingetje?

‘Het voelt wel goed om ons jubileum juist daar te vieren,’ zegt Adriaan. ‘We zijn ongeveer tegelijk begonnen als zij. En Asteriks is net als wij ook gestart uit een energie, het is een echte familie. Als je er bent is het ook altijd leuk.’

‘We maken er ook echt een mooi feest van,’ zegt Hilbrandt, ‘voor heel Leeuwarden. We gaan de zaal gebruiken zoals het nog nooit eerder is gedaan.’

Dat komt uit de monden van de mannen die ooit ergens een kameel mee naar binnen sleepten, dus dat zit wel snor. Hier nog de trailer en als je nog een ticket wilt, klikkerdeklik dan hier.

Ga het gesprek aan ( comments)