Even kieken bij… de dubbel zo Dikke van Dale

dikke van dale

Na een rigoreuze verbouwing is De Dikke van Dale ongeveer twee keer zo groot geworden. Letterlijk dubbeldik, dus. Kunnen ze er een beetje omgaan met de toegenomen vierkante meters? Even kieken bij… Grand Café De Dikke van Dale!

Eigenlijk willen we vanavond naar de Ethiopiër. Die is om onverklaarbare redenen gesloten. Is er een Ethiopiër in de stad dan? Jazeker, maar daar gaat dit stukje niet over. Komt later nog wel eens.

Het gesloten zijn van de Afrikaan plaatst ons voor een dilemma. In welke van de vele restaurants die Leeuwarden ondertussen rijk is zullen we eens een hap eten?

Enigszins doelloos flaneren we door de straten en stegen van de stad en overleggen de opties, zonder tot een door alle drie de kompanen gesteunde consensus te komen. Er is immers bar weinig dat de verfijnde kieskeurigheid van deze drie kerels nog tot rust kan brengen.

Aldus futloos doch kritisch bij verscheidene etablissementen naar binnen koekeloerend, vinden we onszelf na een tijdje op de Nieuwstad. Opeens schiet me te binnen dat even verderop De Dikke van Dale nog niet heel lang geleden is heropend.

De verbouwde Dikke

bar dikke van dale

Tijdens de verbouwing kon je de bar van de Dikke kopen.

Tijdens het gesprek dat ik midden in de verbouwing voerde met de eigenaars, vertelden ze alvast vol trots over de nieuwe keuken met daarin een oven die speciaal uit Amerika was gekomen.

Deze broiler, zoals de unit heet, kan vlees op duizend graden dichtschroeien, wat een bijzonder prettige smaakervaring moet opleveren. Dat vertel ik tegen mijn twee kompanen en braaf vertrouwend op mijn expertise, stemmen de beide heren in met een bezoek aan de Dikke.

We stappen binnen aan de linkerkant van het pand, wat de nieuwe kant is. Het overdekte terras loopt over in de rest van het grand café en we kunnen meteen vaststellen dat het woordje ‘Grand’ goed past.

De toko is ruim, helder en loopt ver door naar achteren. Omdat het natuurlijk een stuk nieuwer is dan het oude gedeelte, oogt het ook een stuk frisser. Een kniesoor zou kunnen opmerken dat het dan ook iets minder persoonlijkheid heeft.

Maar ben ik een kniesoor? Neen. Een zeikerd, misschien, dat is alles. Daarbij zit het nieuwe gedeelte dusdanig vol, dat we toch door moeten lopen naar het rechtergedeelte, waar we een tafeltje krijgen met uitzicht op de half open keuken.

Wat een goed restaurant maakt

Dikke van dale

Het is best donker binnen.

Zoals het drie goedgeluimde heren betaamt, openen we de avond met een biertje en houden de menukaart wat in de hand zonder het ding echt te bekijken. Kompaan N. vraagt zich af wat een restaurant nu tot een succes maakt. Er sneuvelt immers ook behoorlijk wat aan horeca, zo door de jaren heen.

Goed en betrokken personeel is het halve werk, denken we. Als je dat niet hebt verdien je nooit die gun-factor en kun je wel opbokken met je horeca. Hoe goed je het ook bedoelt.

Elk restaurant, café of hockeyclub heeft tegenwoordig bijvoorbeeld een hele bierkaart, stem ik in, maar wanneer de bediening geen idee heeft welk biertje ze je kunnen aanraden, heeft het weinig toegevoegde waarde.

Nog altijd hebben we verzuimd om de kaart te bestuderen, dus die theorie brengen we meteen in de praktijk als de ober ons vraagt of we er al uit zijn. ‘Nou,’ vraagt kompaan M. ‘wat kun jíj ons aanraden?’

De kerel kijkt ons even kloek aan, ziet hoogstwaarschijnlijk drie hoogpotente omnivoren en adviseert de Tomahawk steak van ongeveer een hele ontzagwekkende kilo, of de Grillplank, wat in feite een verzameling vlees is. Op een plank.

Mixed grill op een plank

We twijfelen even. Een grillplank hebben ze ook bij elke Griek, al heet het daar een mixed grill. En niks ten nadele van welke Griek dan ook, maar dat is toch vaak een middelgrote berg identiek gekruid gehakt in verschillende vormen.

Aan de andere kant is dit de perfecte kans om eens te testen of die broiler nou echt zo’n enorm verschil maakt bij de bereiding van liefst vijf soorten dood dier. Kan dat goed komen? Spannend. We bestellen de plank en drinken nog een biertje.

Nog zo’n gouden rakker later en we babbelen vrolijk over duurzaamheid. Groene energie en zo. De discussie laait op wanneer vooral mijn kompanen het niet eens kunnen worden.

Het hoe en waarom van dat gesprek zal ik achterwege laten. Want hoewel het belangrijk is, leidt het af van waar het hier werkelijk om zou moeten gaan. En dat is de Grillplank die nu wordt opgediend.

Sappig en mals

Grillplaat dikke van dale

De plank was half leeg toen ik bedacht een foto te maken.

Boven op een ronde houten plank ligt inderdaad een berg vlees. Daar houdt elke vergelijking met de Griekse mixed grill wel op. De ober wijst met zijn vingers naar de steak en zijn vriendjes, die alvast in handige stukjes gesneden zijn.

We horen hem niet meer als hij vertelt wat nou de Black Angus is en wat de flank steak. Het ruikt allemachtig lekker en het ziet er zo lekker uit, dat elke kerk het als een zonde zou moeten bestempelen.

Zonder ook maar een seconde na te denken aan het fatsoenlijke gebruik van een vork, pluk ik een reep biefstuk van de plank. Even kijk ik naar de mooie schakeringen rood in het vlees en dan neem ik een hap.

‘Om te zuuuugen,’ roept kompaan M., uit die ongeveer hetzelfde deed met nog een half stukje flank steak tussen zijn vingers. Kompaan N. kijkt glazig naar het plafond, terwijl zijn kaken traag kauwen. Ik ben een beetje duizelig.

Het is nog beter dan hier omschreven

grillplank bij de Dikke

Dit vlees. Hou op met me.

Als we van de eerste culinaire schok bekomen zijn, nemen we nog een hap. Ja hoor, dit is hoe vlees hoort te smaken. Elk stukje is zo mals dat je tanden er met de minste inspanning doorheen glijden en het zo sappig dat ik alleen maar vergelijkingen kan bedenken die te schunnig zijn voor deze tijd.

Het is een heel fijn avondje, zo. Beetje bourgondisch drinken en debatteren onder het genot van echt waanzinnig vlees, wat wil een mens nog meer? We kregen trouwens ook nog dikke patatten en wat salade, maar dat terzijde.

Na een tijdje escaleert het gesprek naar een volledig hypothetische, maar niet minder verhitte discussie over hoe de mensheid zich gaat gedragen als wereldwijd de elektriciteit uitvalt.

Het gaat eigenlijk nergens over en duurt toch best lang. Dat zorgt ervoor dat op een gegeven moment het vlees wel wat afkoelt. Klein minpuntje. De kipsaté smaakt er echter niet minder om.

Uiteindelijk wandelen we voldaan de Dikke van Dale uit. Met een volle maag en een lege beurs. Honderdtwintig euro is niet weinig voor even wat eten met drie kompanen.

Komt ook een beetje door de speciaalbiertjes die we soldaat maken. Hoe dan ook, over de in de broiler bereidde hoeken vlees zullen we het nog vaak hebben, wat de afrekening geen probleem maakt. Het is het dik waard. Dubbeldik.

Ga het gesprek aan ( comments)